De vrouw die van de aarde viel // 2

De vrouw die van de aarde viel is een multimediaal project over hoe je soms van iets weg moet rennen om het te kunnen omarmen. Charlotte Peys illustreert en Pim Cornelussen schrijft. De komende maand publiceert Kluger Hans elke week een aflevering van dit verhaal over hoe de verbeelding een schuilplaats voor de werkelijkheid kan zijn. Naast een prentenboek zal er ook een theatervoorstelling van gemaakt worden die in oktober 2018 in premiere gaat.


Omdat we alle drie nog nooit buiten ons dorp waren geweest en we alle drie met elke stap die we zetten een beetje banger werden, deden elkaar die nacht met trillende benen een belofte. We beloofden elkaar dat we nooit achterom zouden kijken. Als we achterom keken dan zou het geweten opspelen. Wij waren juist op weg gegaan om alles achter ons te laten. Om ons te laten verrassen door wat we zouden tegen komen. We legden onze oren op de grond en hoorden in de verte al gletsjers kraken. Ons leven zou nu opnieuw beginnen.

We waren zo snel vertrokken dat we niets meer bij ons hadden dan de kleren aan ons lijf. Terwijl we door het bos wandelden propten we onze broekzakken vol met kastanjes, walnoten en alles wat er eetbaar uitzag. Uit akkers groeven we bieten en wortels op die we aan elkaar knoopten en om onze nek legden. Als we langs een rivier kwamen staken we eerst onze hoofden in het water en slurpten dan als katten om onze dorst te lessen. Zodra de zon lange schaduwen over het landschap wierp haalden we onze zakken leeg en inspecteerden onze buit. We maakten dan een vuur met de lucifers die we uit ons huis hadden meegenomen. Elke avond brandde we één lucifer op. Zo telden we de dagen.

De eerste nacht dat ik in de open lucht sliep duizelde het voor mijn ogen. Ik lag in het gras en mijn gedachten struikelde over elkaar heen. Bij elk ritselend blaadje veerde ik op, bij elke kriebel die ik voelde dacht ik dat het een spin was die me beet. Er was zoveel leven in de buitenwereld! Ik rolde van mijn ene zij op mijn andere en viel uiteindelijk in slaap, verward en angstig tegelijk.

Die nacht had ik een visioen. Ik droomde dat ik op het hoogste puntje van een gigantische berg stond. Zo hoog dat het was alsof ik de zon zelf was geworden. Onder me strekte er zich een landschap uit waarin een grijs stipje heen en weer bewoog. Toen ik beter keek kreeg het een staart en twee oren. Het bleek een konijn dat in het lege landschap voorbij hupte. En achter dat konijn verscheen er een wolf die hem opjoeg. Ik keek hoe de twee elkaar probeerden af te troeven. Het konijn dook af en toe weg in het gras en kwam ergens anders weer naar boven. De wolf sprong woest achteraan over het veld. Net op het moment dat het konijn geen uitweg meer had en zich gewonnen gaf, veranderde het in een wolkje. Een wolkje dat laag en pluizig bleef hangen boven het gras, als een klein stukje gecondenseerd verdriet. Lang bleven ik en de wolf naar het wolkje kijken, en hoe langer we keken, hoe minder wolk er over bleef. Totdat het niet meer was dan een pluisje. Toen blies ik van boven op de berg en dwarrelde het pluisje over het landschap.

Over een groene vlakte die veranderde in een blauwe laag en daarna in een witte oneindige uitgestrektheid. Tot ik het pluisje niet meer kon zien.

Overal waar ik keek was het wit, wit, wit…

Achter die muur van wit, in de verte, hoorde ik iets brullen.

 

 

 

 

 

 

De volgende dag werd ik wakker door het gekrijs van honderden raven.


Charlotte Peys (°1987) studeerde cultuurwetenschappen en illustratie en woont en werkt momenteel in Gent. Ze studeerde af met een geïllustreerde dorpsmonografie over het kleine Noord-Kempische dorp Zondereigen. In 2016 debuteerde ze samen met Toon Delanote en Ruth Mellaerts met het prentenboek Soms ben ik een ontdekkingsreiziger, uitgegeven bij Lannoo. Charlotte illustreert om te onthouden, te verzamelen, te vertellen, te ordenen en te onderzoeken.

Pim Cornelussen (°1989) studeerde filosofie en theaterregie en woont in Gent. Hij studeerde af met een scriptie over utopisme in de 21e eeuw. Pim publiceert regelmatig poëzie en proza in literaire tijdschriften en is recensent en interviewer voor de Boekenkrant. Daarnaast was hij van 2013 – 2016 hoofdredacteur van Kluger Hans. Momenteel werkt hij als programmamaker voor Festival Cement en als schrijver voor zijn collectief dividu.

 

Dit bericht delen