Pallaksch en asemie: slot

In een essay uit 1979 over Cy Twombly, de meester van de nonchalante krabbels, maakt Roland Barthes een vergelijking tussen asemische schriftuur en … broeken. Wat benadert de essentie van een broek het meest? Het beeld van keurige stapeltjes in een kledingwinkel? Of het beeld van een broek in een tienerkamer, een bol textiel, achteloos weggesmeten naast het bed? Wat veel schilderijen van Twombly laten zien is niet zozeer een schriftuur of een pseudo-schriftuur, maar wel het gebaar van het schrijven: action writing als specifieke vorm van action painting. Wat we zien is wegwerpschriftuur.

Vijf jaar eerder had de Franse literatuurtheoreticus zich zelf ook al gewaagd aan enkele calligrafische experimenten, in zijn werk “Roland Barthes par Roland Barthes”. Met dit werk maakte de auteur onder meer duidelijk dat hij veel meer wilde zijn dat dan de linguist, literatuurtheoreticus en maatschappijkritische observator die hij tot dan toe is geweest. Roland Barthes presenteert zich in de eerste plaats als schrijver, voor wie de literatuur veel meer is dan een studieobject. Sterker nog, Barthes presenteert zich ook als kunstenaar, die onder meer aan de slag gaat met asemische schriftuur. Dit spoort natuurlijk helemaal met zijn fascinatie voor de autonomie van het teken, voor die momenten waarop de letters zich loszingen van de betekenis. Dat blijkt al uit de cover van het boek.

Maar het wordt ook verdergezet in het boek zelf, jammer genoeg met wat duiding van de auteur zelf, die het uitleggen blijkbaar niet kan laten…

Dit bericht delen